RIDGID inspectiesystemen


Flexibele sondes voor flexibele toepassingsmogelijkheden.


De combinatie van de zeer flexibele en desondanks stabiele, glasvezelversterkte schuifkabel met maximaal 30 meter bruikbare lengte en ultracompacte camerakop maakt inspecties ook op locaties mogelijk, die voor andere camera’s moeilijk of helemaal niet bereikbaar zijn. Meerdere 90° bochten al vanaf 30 mm, kunnen de SeeSnake-inspectiesystemen ook over lange afstanden zonder problemen de baas.


De meegeleverde geleidingskogels helpen u niet alleen bij het centreren van de camerakop en het uit de buurt houden van vervuilingen op de leidingbodem, maar maken dankzij hun slimme constructie ook een onbelemmerd passeren van de sondepunt bij veel bochten mogelijk.


Met de SeeSnake-inspectiesystemen kunnen in één oogopslag oorzaken van storingen in pijpleidingnetten of holle ruimten worden gedetecteerd, zonder dat door vuile en arbeidsintensieve ingrepen hele gebouwinfrastructuren langere tijd buiten bedrijf hoeven te worden gesteld.


De microDrain, microReel of nanoReel zijn door het geringe gewicht, de robuuste schuifkabel-trommel, het netvoeding onafhankelijke gebruik en de mogelijkheid voor het onderzoeken van ook kleine pijpdiameters, en daarmee zeer geschikt voor industrieel onderhoud en toepassingen in de installatiesector en bij huisaansluitingen.


De camerakop met kras vaste saffierkristal lens en in meerdere niveaus regelbare LED’s met hoge capaciteit, is door de montage in een robuuste RVS-behuizing met een transparante, stootbestendige beschermende afdekking zeer geschikt voor de praktijk en levert heldere inspectieresultaten.


Voor het exact lokaliseren en meten van het leidingverloop, hebben de SeeSnake-inspectiecamera’s afhankelijk van het model eveneens een schuifkabelmeterteller en een in de camerakop geïntegreerde lokalisatiezender.

 

LTC-trajectlokatiesystemen


Met het LTC-systeem kunnen niet alleen trajecten worden gevolgd of buisafsluitingen en blokkades in huisinstallaties worden gelokaliseerd, maar kunnen ook kabels worden getrokken.  Zelfs daar waar andere intrekhulpmiddelen allang hebben opgegeven, overbrugt het LTC-systeem moeiteloos trajecten met veel bochten, ook in al gevulde buissystemen en over lange afstanden.


De robuuste behuizing heeft een praktisch accessoirevak en geïntegreerde verwisselbare sleepringcontacten voor het aansluiten van in de handel gebruikelijke zendereenheden.

Omdat op de LTC-behuizing geen bewegende externe onderdelen zijn aangebracht, kunnen daar geen stof en vuildeeltjes afzetten en de werking of de lange levensduur nadelig beïnvloeden.


De in de achterzijde geïntegreerde kruk maakt het opspoelen van de schuifkabel bij de 20- en 30-meter versies kinderlijk eenvoudig, waarbij de glasvezelversterkte kabeluitlaat met terugloopbeveiliging het ongewenst opwikkelen in de behuizing verhindert.

De geoptimaliseerde starthuls (1) van het LTC-systeem verbetert de buigeigenschappen van het polykat-glasvezelprofiel bij de overgang van huls naar kabel. In combinatie met de verbeterde flexisonde (2) vermindert de starthuls niet alleen het gevaar voor bandbreuken, maar worden ook nog kleinere buigradii tot maximaal 30 mm mogelijk, zonder verlies van schuifstabiliteit. De verkorte messinginzet waarborgt hierbij in combinatie met een kunststof met hoge prestaties een geoptimaliseerde krachtinleiding bij het inschuiven.

 

Lokaliseren van leidingtrajecten

 

In de glasfiberkabels van de lokalisatiesystemen zijn kopergeleiders opgenomen, die door het aansluiten van een zender over de gehele kabellengte een lokaliseerbaar signaal uitstralen. Hierbij wordt één zenderkabel aangebracht aan de LTC en de tweede geaard.

 

De illustratie toont als voorbeeld een ST-510 zender en SR-24-ontvanger. Het lokalisatiesysteem maakt echter het gebruik van alle in de handel gebruikelijke, in het 33 kHz-bereik werkende zend- en ontvangstapparatuur mogelijk.

 


LTS-trajectlokalisatiesysteem


Met de universele LTS-lokalisatiesystemen, zijn zowel puntlokalisatie, bijvoorbeeld voor het lokaliseren van locaties van defecten in buissystemen zoals verstoppingen, doorgebogen buisgedeelten,... als het lokaliseren van trajecten voor het bepalen van buistrajecten mogelijk.


Trajectlocalisatie

In de glasfiberkabels van de lokalisatiesystemen zijn kopergeleiders opgenomen, die door het aansluiten van een zender over de gehele kabellengte een lokaliseerbaar signaal uitstralen. Hierbij wordt één zenderkabel aangebracht aan de LTS en de tweede geaard.

 

 


 

Puntlocalisatie

Aan de schuifkabelkop van de LTS-apparaten is een sonde aangebracht, die door een zeer sterk veld eenvoudig te lokaliseren is. Het aansluiten van de zender gebeurt via twee kabels aan de aansluitbox van de LTS.


De illustraties tonen als voorbeeld een ST -510 zender en SR-24-ontvanger. Beide lokalisatiesystemen maken echter het gebruik van alle in de handel gebruikelijke, in het 33 kHz-bereik werkende zend- en ontvangstapparatuur mogelijk.